“Ik ben geen grijze muis meer”

Arjanne van ‘t Klooster – van der Meer

Als vrijwilliger moet je mondig zijn. Dat past wellicht niet bij iedereen, maar het is ook een kwestie van durven én proberen. Dat heeft Arjanne gedaan. “Vroeger vond ik mezelf een grijze muis”, vertelt ze. “Dat is nu wel anders. Ik heb geleerd om voor mezelf en anderen op te komen. Dat heeft me veel bewuster en sterker gemaakt.”

Vrijwilliger zijn is óók een kwestie van durven
Arjanne wordt in eerste instantie vrijwilliger omdat ze in1999 verhuisde van de Betuwe naar Venray en van daaruit naar het Limburgse dorp Tienray. Haar wens: “mensen uit de omgeving leren kennen”. Dat komt goed uit met een dorpsraad in oprichting. Arjanne besluit spontaan om hier een begin te maken. Daarnaast zet ze zich als vrijwilligster in op het stembureau, want ook daar maak je contact met mensen uit het dorp. Dat doet ze nog steeds én met veel plezier. Zo rolt ze min of meer het vrijwilligerswerk in. Inmiddels heeft ze heel wat mensen leren kennen én mensen kennen haar. Dat voelt goed!

Helpen door structuur te vinden
Bij welzijnsorganisatie Synthese in Horst is ze als vrijwilliger actief bij de thuisadministratie. Mensen die vastlopen in hun administratie worden hier geholpen. Het werk loopt uiteen van eenvoudig papieren ordenen tot afspraken maken/begeleiden van burgers naar organisaties om hen te helpen met betalingsachterstanden. Dat gebeurt altijd samen met de burger.

“Het is mooi om te zien dat mensen, die zijn vastgelopen, weer vertrouwen krijgen en het zelf weer aandurven door ze gewoon weer even op weg te helpen.” Van hieruit komt Arjanne terecht bij het vrijwilligerspanel dat o.a. ook gaat over het beleid van Synthese. Je kunt er veel van elkaar leren omdat je te maken krijgt met meerdere doelgroepen vanuit alle geledingen binnen Synthese.

Vrijwilliger en mantelzorger; beide een leerschool
Arjanne vindt het fijn om vrijwilliger te zijn. Het geeft voldoening om iets voor anderen te betekenen. Daar wordt ze blij van. Soms levert die inzet veel op. Een andere keer gaat het om kleine dingetjes. Maar ook die doen ertoe.

Er is wel wat veranderd sinds haar eerste stappen naar het vrijwilligerswerk. Dat geldt voor haar inzet als vrijwilliger én voor de thuissituatie. Twee leden van haar gezin hebben te maken met beperkingen. Zoon Dave heeft een autistische aandoening en echtgenoot John een progressieve oogziekte, die goed zien, problematisch maakt. Een hele omslag in het gezamenlijke leven als gezin maar ook met impact op ieders persoonlijke leven. Naast vrijwilliger is Arjanne dus ook mantelzorger.

Leren loslaten
Haar nu 21-jarige zoon studeert en woont inmiddels buitenshuis in een beschermde woonvorm. Arjanne zette zich jarenlang thuis in. Nu heeft ze ook een parttimebaan bij een vervoersmaatschappij. Dat vereist thuis ‘loslaten’ en dat is niet altijd even gemakkelijk. Voor hulp komt het gezin niet in aanmerking omdat zowel Arjanne als inwonende dochter Nina samen de mantelzorgtaken voor hun rekening nemen.

Ondersteuning bieden
Voor Arjanne is het vrijwilligerswerk een leerschool geworden. Bij zowel de Burger Advies Raad (B.A.R.) Horst aan de Maas (werkgroep Jeugd, Team Zorg en Ondersteuning) en de regionale adviesraden Jeugd Noord Limburg is ze contactpersoon. Doel: burgers ondersteunen die het moeilijk vinden om in contact te komen en te blijven met de gemeente.
Hierbij worden ze ondersteund vanuit Burgerkracht Limburg.

Haar expertise ligt daarbij op het gebied van jeugd/jongeren tot 23 jaar. Hiervoor gebruikt ze haar eigen ervaringen met haar zoon, en situaties waar ze in de praktijk tegen aanliep. Samen met twee collega vrijwilligers probeert ze bestaand beleid aan te passen naar de werkelijkheid waarmee je wordt geconfronteerd in de maatschappij.

Onderling contact door een goed gesprek
Onderlinge contact met de gemeente kan alleen tot stand komen door middel van een goed gesprek. Openheid naar elkaar toe is daarbij een voorwaarde. In het begin kan dat stroef verlopen. Het kost tijd want vertrouwen in elkaar moet worden opgebouwd. Door in gesprek te gaan met andere ouders, zorgverleners, beleidsmedewerkers en jongeren wordt geprobeerd signalen op te halen om het beleid te verbeteren.

Keuzes maken soms best complex
Soms resulteert dit in een ad-hoc werkgroep die een project van a tot z uitvoert. Hieraan werken burgers mee die zich voor een korte tijd willen inzetten en affiniteit hebben met het onderwerp. Als voorbeeld haalt ze het project ‘Cliënt Ervaringsonderzoek Jeugd’ aan. Daar kwam een beleidsadvies uit voort. “Dat is toch prachtig”.

Het maken van keuzes ligt gecompliceerder dan je in eerste instantie zou denken. Gemaakte keuzes zijn ook niet altijd haalbaar. Gemeentelijk beleid moet zich vaak voegen naar regionaal beleid en landelijke wetgeving. Ambtelijke molens malen langzaam. Dat vraagt geduld. Soms moet je een lange adem hebben.

Mensen willen zich wel vrijwillig inzetten, maar het lukt vaak gewoon niet omdat ze al overbelast zijn. Teveel taken op een bordje. Het vinden van de juiste balans tussen vrijwilligers-, mantelzorgtaken en de dagelijkse gang van zaken zoals werk, school en huishouden is een hele klus.

Geen grijze muis meer
Als vrijwilliger moet je mondig zijn. Dat past wellicht niet bij iedereen, maar het is ook een kwestie van durven én proberen. Dat heeft Arjanne gedaan. “Vroeger vond ik mezelf een grijze muis”, vertelt ze. “Dat is nu wel anders. Ik heb geleerd om voor mezelf en anderen op te komen. Dat heeft me veel bewuster en sterker gemaakt. Als je denkt aan het oppakken van een vrijwilligerstaak zou ik vooral willen meegeven: probeer het, neem die stap! Misschien ontdek je – net als ik – bij jezelf kwaliteiten waarvan je voorheen niet eens wist dat je die had.”